Tag

Zakelijke evaluatiecriteria

Evalutiecriteria: criteria bij de visitaties

By | 2023, Geen categorie

Beoordelingselementen bij visitatie en beoordeling zijn hetzelfde, maar er zijn verschillende criteria uitgewerkt voor beoordeling en visitatie. Bij visitatie focussen de criteria meer op de huidige werking, bij beoordeling meer op de plannen. Onderstaande criteria zijn niet in het decreet vastgelegd, maar verschijnen later in het uitvoeringsbesluit.

1. De bijdrage van de missie en de visie van de sociaal-culturele organisatie aan het doel van het decreet Werkingsgegevens en resultaten tonen de effectieve bijdrage van de organisatie aan de emancipatie van mensen en groepen, en aan de versterking van een democratische, duurzame, inclusieve en solidaire samenleving aan.
2. De relatie van de missie en de visie van de sociaal-culturele organisatie tot de actuele maatschappelijke context die de organisatie omschreven heeft Werkingsgegevens tonen aan rond welke maatschappelijke uitdagingen de organisatie effectief werkt in de praktijk, hoe die werking vorm krijgt en welke resultaten ze daarmee bereikt.
3. De bijdrage van de sociaal- culturele organisatie aan de realisatie van de drie sociaal-culturele rollen Werkingsgegevens tonen aan hoe de organisatie de drie sociaal-culturele rollen waarmaakt.
4. De strategische en operationele doelstellingen van de sociaal-culturele organisatie De organisatie toont aan hoe ze uitvoering geeft aan de strategische en operationele doelstellingen van haar beleidsplan.

De organisatie geeft aan hoe ze haar werking opvolgt, zelfkritisch evalueert en bijstuurt als dat nodig is.

5. De verduidelijking van de keuze voor minstens twee sociaal-culturele functies en de uitwerking daarvan in relatie tot de missie en de visie van de sociaal-culturele organisatie Werkingsgegevens tonen  op de volgende wijze aan op welke manier de gekozen functiemix en onderscheiden functies in de praktijk worden gebracht en tot welke resultaten dat leidt.

  • Voor de cultuurfunctie:
    1. de organisatie geeft aan welke praktijken worden opgezet die erop gericht zijn cultuur te creëren, te bewaren, door te geven en eraan deel te nemen;
    2. de organisatie brengt kwaliteitsvol en zinvol processen en resultaten in beeld die ertoe leiden cultuur te creëren, te bewaren, te delen en eraan deel te nemen.
  • Voor de leerfunctie:
    1. de organisatie geeft aan welke praktijken zijn gerealiseerd om leren vorm te geven;
    2. de organisatie brengt kwaliteitsvol en zinvol leerprocessen en leerresultaten in beeld.
  • Voor de gemeenschapsvormende functie:
    1. de organisatie geeft aan welke initiatieven ondernomen zijn om de vorming van groepen en gemeenschappen te ondersteunen en te faciliteren of welke initiatieven ondernomen zijn om interacties tussen groepen en gemeenschappen te stimuleren;
    2. De organisatie brengt kwaliteitsvol en zinvol gemeenschapsvormende processen en praktijken en de resultaten die daaruit voortvloeien, in beeld
  • Voor de maatschappelijke bewegingsfunctie:
    1. de organisatie geeft aan welke praktijken zijn opgezet waarin ruimte voor engagement en politisering wordt gecreëerd in relatie tot samenlevingsvraagstukken;
    2. de organisatie brengt kwaliteitsvol en zinvol veranderingsprocessen en gerealiseerde veranderingen in relatie tot maatschappelijk denken en handelen en tot de inrichting van de maatschappij in beeld.
6. De werking met een relevantie en uitstraling voor het Nederlandse taalgebied of de werking met een relevantie en uitstraling voor het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad De organisatie toont aan dat de binnen dit decreet gesubsidieerde werking zich afspeelt in het Nederlandse taalgebied of het Nederlandse taalgebied plus het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad.

De organisatie staaft haar relevantie en uitstraling in het Nederlandse taalgebied of het Nederlandse taalgebied plus het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad aan de hand van kerngegevens en cijfers over de aanwezigheid, de zichtbaarheid, het bereik of het effect van haar werking.

7. Een gesubsidieerde werking die zich grotendeels afspeelt binnen de vrije tijd Aan de hand van kerngegevens en cijfers over de financiën, het personeel en de werking staaft de organisatie:

  • dat de binnen dit decreet gesubsidieerde werking zich effectief hoofdzakelijk afspeelt binnen de vrije tijd;
  • welk gedeelte van de gesubsidieerde werking zich effectief uitzonderlijk buiten de vrije tijd afspeelt, welke omvang het aanneemt en de verantwoording ervan vanuit de missie en visie van de organisatie.
8. of de werking voor het brede publiek en de keuzes daarin op het vlak van gemeenschappen, doelgroepen of kansengroepen of de werking voor kansengroepen en de keuzes daarin op het vlak van gemeenschappen, doelgroepen of het brede publiek. De organisatie toont aan welke processen en praktijken ze heeft opgezet om haar publiek te bereiken en welke vorm deze in de praktijk krijgen

De organisatie toont aan welke resultaten ze bereikt met haar beleid en aanpak om binnen de gemaakte keuzes sociaal-culturele participatie van iedereen te realiseren en welke eventuele bijsturingen ze in dat beleid en die aanpak wil doorvoeren of de organisatie toont aan welke resultaten ze bereikt met haar beleid en aanpak om sociaal-culturele participatie van kansengroepen te realiseren en welke eventuele bijsturingen ze in dat beleid en die aanpak wil doorvoeren.

 

9. De plaats van vrijwilligers in de organisatie en de manier waarop ze betrokken en ondersteund worden De organisatie toont aan welke rollen en taken vrijwilligers effectief opnemen in de organisatie of werking.

De organisatie toont aan hoe ze betrokkenheid, inspraak en participatie van vrijwilligers in de organisatie vorm geeft en wat ze heeft gerealiseerd ter ondersteuning van de vrijwilligers.

De organisatie geeft aan hoe ze haar beleid ten aanzien van vrijwilligers evalueert en bijstuurt.

1. Een geïntegreerd zakelijk kwaliteits- en financieel meerjarenbeleid De organisatie geeft aan welke verbeteracties ze heeft ondernomen in het kader van haar professioneel beleid en welke ze nog wil nemen tijdens de beleidsperiode

De organisatie geeft aan welke verbeteracties ze heeft ondernomen in het kader van haar integrale kwaliteitsbeleid en welke ze nog wil nemen tijdens de beleidsperiode

De organisatie is transparant over haar financiële situatie, de genomen maatregelen in het kader van haar financiële meerjarenbeleid en de effecten ervan.

De organisatie legt financiële afrekeningen van de voorbije twee begrotingsjaren voor en maakt een prognose van de evolutie van haar financiële situatie voor de komende begrotingsjaren tijdens de beleidsperiode.

2. De toepassing van principes van goed bestuur De organisatie toont aan hoe ze de principes van goed bestuur in de organisatie toepast, waar ze eventueel verder in wil groeien en welke initiatieven ze daarvoor heeft genomen of zal nemen.
3. De afstemming tussen het inhoudelijke en het zakelijke deel van het beleidsplan De organisatie verantwoordt hoe ze haar financiën, mensen en middelen heeft ingezet de voorbije twee jaar om de strategische en operationele doelen te realiseren;

De organisatie geeft op basis van een evaluatie aan hoe ze de inzet van financiën, mensen en middelen wil bijsturen tijdens de laatste jaren van de beleidsperiode.

Zakelijke evaluatiecriteria 2018

By | 2018

Zakelijke elementen

Evaluatiecriteria

§2. De jaarlijkse subsidie wordt verantwoord op basis van het voortgangsrapport, het financieel verslag en de begroting. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor de indiening ervan. De organisatie voor sociaal-cultureel volwassenenwerk legt jaarlijks de rekeningen van het vorige jaar met de nodige bewijsstukken voor, alsook een door de algemene vergadering goedgekeurde sluitende begroting. Uit de afrekening en de balans moet blijken dat de organisatie, rekening houdend met de eigen middelen, sluitend of batig kan werken. Een batig saldo in de resultatenrekening verplicht de organisatie tot het opbouwen van een financiële reserve. Die reserve moet aangewend worden ter financiering van uitgaven die bijdragen tot de realisatie van de doelstellingen van de organisatie.
  • De jaarlijkse subsidie wordt verantwoord in het kader van de uitvoering van het beleidsplan.
§ 3. Bij afwijking kan de jaarlijkse verantwoording van de subsidie-enveloppe leiden tot de vorming van een subsidiereserve op voorwaarde dat:

  • 1° de organisatie deze werkwijze expliciet vaststelt in het ingediende en goedgekeurde beleidsplan;
  • 2° de organisatie deze werkwijze telkens expliciet in het voortgangsrapport duidt en verantwoordt;
  • 3° de gereserveerde subsidie in één van de volgende jaren van de beleidsperiode in kwestie besteed wordt conform het voortgangsrapport en beleidsplan;
  • 4° de subsidie-enveloppe, toegekend voor het totaal van de beleidsperiode, niet overschreden wordt.
  • Reserves die opgebouwd worden vanuit de subsidies moeten aangewend worden ter financiering van uitgaven die bijdragen tot de realisatie van de doelstellingen van de organisatie.
§ 4. Om subsidies te genieten en te blijven genieten moeten de organisaties voor sociaal-cultureel volwassenenwerk bovendien:

  • 1° een boekhouding voeren volgens het genormaliseerde boekhoudkundige stelsel en die zo organiseren dat de financiële controle op de aanwending van de subsidies mogelijk is; de Vlaamse Regering kan een specifiek boekhoudkundig plan en bijzondere regels betreffende de boekhouding opleggen;
  • 2° aanvaarden dat de administratie de werking en de boekhouding, eventueel ter plaatse, onderzoekt;
  • 3° hun bestuurders en hun medewerkers verzekeren tegen de burgerlijke aansprakelijkheid van de organisatie.
  • Er wordt een boekhouding gevoerd volgens het genormaliseerd boekhoudkundig stelsel.