Tag

Beoordelingselementen

Beoordelingselementen

By | 2020
  1. De bijdrage van de missie en de visie van de sociaal-culturele organisatie aan het doel van het decreet;
  2. De relatie van de missie en de visie van de sociaal-culturele organisatie tot  actuele maatschappelijke context die ze zelf omschreven heeft;
  3. De bijdrage van de sociaal-culturele organisatie tot de realisatie van de drie sociaal-culturele rollen (de verbindende rol, de kritische rol en de laboratoriumrol);
  4. De strategische en operationele doelstellingen van de sociaal-culturele organisatie;
  5. De verduidelijking van de keuze voor minstens twee sociaal-culturele functies en de uitwerking daarvan in relatie tot de missie en de visie van de sociaal-culturele organisatie;
  6. De werking met een relevantie en uitstraling voor het Nederlandse taalgebied of de werking met een relevantie en uitstraling voor het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
  7. ​ Een gesubsidieerde werking die zich grotendeels afspeelt binnen de vrije tijd.
  8. De werking voor het brede publiek en de keuzes daarin op het vlak van gemeenschappen, doelgroepen of kansengroepen of de werking voor kansengroepen en de keuzes daarin voor gemeenschappen, doelgroepen of het brede publiek;
  9. De plaats van vrijwilligers in de organisatie en de manier waarop ze betrokken en ondersteund worden .

1. Een geïntegreerd zakelijk kwaliteitsbeleid;
2. De toepassing van principes van goed bestuur;
3. De afstemming tussen het inhoudelijke en zakelijke luik van het beleidsplan.

Huidige beoordelingselementen

By | 2018
  1. de wijze waarop de vier functies, vermeld in artikel 2, 8°, worden gerealiseerd;
  2. de wijze van begeleiding van de afdelingen of groepen: de ontwikkeling van het afdelingswerk en groepswerk, het aantal afdelingen of groepen;
  3. het beleid ten aanzien van de vrijwilliger;
  4. de acties met het oog op de verdieping en verbreding van de participatie;
  5. de communicatie met de leden;
  6. het ontwikkelen van acties en activiteiten met een landelijk karakter;
  7. het ontwikkelen van vernieuwende en bijzondere activiteiten;
  8. de aanpak van de diversiteit met specifieke aandacht voor interculturaliteit;
  9. de samenwerking en netwerkvorming met andere organisaties;
  10. de manier waarop in de werking rekening gehouden wordt met principes van integrale kwaliteitszorg;
  11. de zorg voor professionalisering en professionaliteit;
  1. de knowhow en expertise van de beweging met betrekking tot het thema of het cluster; de wijze waarop die expertise verder wordt ontwikkeld; de wijze waarop de knowhow wordt ontsloten;
  2. de aanpak van diversiteit, met specifieke aandacht voor interculturaliteit;
  3. de wijze waarop het ruime publiek rechtstreeks of onrechtstreeks wordt benaderd, inclusief de inspanning om andere publieksgroepen aan te trekken;
  4. de creativiteit, de diversiteit en de originaliteit van de gehanteerde methoden, evenals de effectiviteit ervan;
  5. de communicatie met het publiek, de aandacht voor de media;
  6. de aard en de omvang van de educatieve activiteiten en de werkmaterialen;
  7. de acties en de campagnes;
  8. de samenwerking en netwerkvorming met andere organisaties;
  9. het engagement van vrijwilligers en bestuurders;
  10. de zorg voor professionaliteit en professionalisering;
  11. de manier waarop in de werking rekening wordt gehouden met principes van integrale kwaliteitszorg;
  1. de landelijke spreiding van het aanbod en/of het publiek;
  2. het beleid ten aanzien van de deelnemers (bestaande en beoogde doelgroepen) en de link naar het communicatiebeleid;
  3. de samenwerking met de volkshogescholen; (enkel voor de gespecialiseerde vormingsinstellingen);
  4. de zorg voor professionalisering en professionaliteit;
  5. het aantal uren programma’s; (n.v.t. voor de federatie van vormingsdiensten voor personen met een handicap)
  6. de netwerkvorming en samenwerking;
  7. de manier waarop invulling wordt gegeven aan de culturele functie (n.v.t. voor de federatie van vormingsdiensten voor personen met een handicap);
  8. de manier waarop invulling wordt gegeven aan de gemeenschapsvormende functie;
  9. de manier waarop in de werking rekening wordt gehouden met principes van integrale kwaliteitszorg;
  10. de aanpak van de diversiteit met specifieke aandacht voor interculturaliteit;
  11. het engagement ten aanzien van de door de Vlaamse Regering geformuleerde beleidsprioriteiten (enkel voor de gespecialiseerde vormingsinstellingen);
  12. de samenwerking binnen de federatie (enkel voor de vormingsinstellingen en -dienst voor personen met een handicap);
  13. de manier waarop invulling wordt gegeven aan de educatieve functie (enkel voor de federatie van vormingsdiensten voor personen met een handicap);
  14. de manier waarop invulling wordt gegeven aan de maatschappelijke activeringsfunctie (enkel voor de federatie van vormingsdiensten voor personen met een handicap).