Huidige beoordelingselementen

  1. de wijze waarop de vier functies, vermeld in artikel 2, 8°, worden gerealiseerd;
  2. de wijze van begeleiding van de afdelingen of groepen: de ontwikkeling van het afdelingswerk en groepswerk, het aantal afdelingen of groepen;
  3. het beleid ten aanzien van de vrijwilliger;
  4. de acties met het oog op de verdieping en verbreding van de participatie;
  5. de communicatie met de leden;
  6. het ontwikkelen van acties en activiteiten met een landelijk karakter;
  7. het ontwikkelen van vernieuwende en bijzondere activiteiten;
  8. de aanpak van de diversiteit met specifieke aandacht voor interculturaliteit;
  9. de samenwerking en netwerkvorming met andere organisaties;
  10. de manier waarop in de werking rekening gehouden wordt met principes van integrale kwaliteitszorg;
  11. de zorg voor professionalisering en professionaliteit;
  1. de knowhow en expertise van de beweging met betrekking tot het thema of het cluster; de wijze waarop die expertise verder wordt ontwikkeld; de wijze waarop de knowhow wordt ontsloten;
  2. de aanpak van diversiteit, met specifieke aandacht voor interculturaliteit;
  3. de wijze waarop het ruime publiek rechtstreeks of onrechtstreeks wordt benaderd, inclusief de inspanning om andere publieksgroepen aan te trekken;
  4. de creativiteit, de diversiteit en de originaliteit van de gehanteerde methoden, evenals de effectiviteit ervan;
  5. de communicatie met het publiek, de aandacht voor de media;
  6. de aard en de omvang van de educatieve activiteiten en de werkmaterialen;
  7. de acties en de campagnes;
  8. de samenwerking en netwerkvorming met andere organisaties;
  9. het engagement van vrijwilligers en bestuurders;
  10. de zorg voor professionaliteit en professionalisering;
  11. de manier waarop in de werking rekening wordt gehouden met principes van integrale kwaliteitszorg;
  1. de landelijke spreiding van het aanbod en/of het publiek;
  2. het beleid ten aanzien van de deelnemers (bestaande en beoogde doelgroepen) en de link naar het communicatiebeleid;
  3. de samenwerking met de volkshogescholen; (enkel voor de gespecialiseerde vormingsinstellingen);
  4. de zorg voor professionalisering en professionaliteit;
  5. het aantal uren programma’s; (n.v.t. voor de federatie van vormingsdiensten voor personen met een handicap)
  6. de netwerkvorming en samenwerking;
  7. de manier waarop invulling wordt gegeven aan de culturele functie (n.v.t. voor de federatie van vormingsdiensten voor personen met een handicap);
  8. de manier waarop invulling wordt gegeven aan de gemeenschapsvormende functie;
  9. de manier waarop in de werking rekening wordt gehouden met principes van integrale kwaliteitszorg;
  10. de aanpak van de diversiteit met specifieke aandacht voor interculturaliteit;
  11. het engagement ten aanzien van de door de Vlaamse Regering geformuleerde beleidsprioriteiten (enkel voor de gespecialiseerde vormingsinstellingen);
  12. de samenwerking binnen de federatie (enkel voor de vormingsinstellingen en -dienst voor personen met een handicap);
  13. de manier waarop invulling wordt gegeven aan de educatieve functie (enkel voor de federatie van vormingsdiensten voor personen met een handicap);
  14. de manier waarop invulling wordt gegeven aan de maatschappelijke activeringsfunctie (enkel voor de federatie van vormingsdiensten voor personen met een handicap).