Category

2020

Verplichtingen gesubsidieerde organisaties

By | 2020
  • In het derde jaar van de beleidsperiode dien je een voortgangsrapport in het Nederlands in voor de inhoudelijke verantwoording van de subsidie-enveloppe.
  • Je dient jaarlijkse een financiële afrekening, balans, resultatenrekening en bijhorende toelichting bij het voorbije werkjaar en een begroting voor het lopende jaar in op het sjabloon dat door de administratie wordt aangereikt. Zo toon je aan dat je sluitend of batig werkt. Winst mag enkel naar het maatschappelijk doel van de organisatie gaan.
  • Je levert jaarlijkse in het Nederlands alle nuttige en noodzakelijke gegevens over de werking in de gevraagde vorm. Dat doe je o.a. via SISCA.
  • Alle verantwoordelijken beschikken over een actieve kennis van het Nederlands.
  • Je gebruikt de subsidie voor de uitvoering van het beleidsplan op basis waarvan de subsidie is toegekend.
  • Je voert een boekhouding volgens het genormaliseerde boekhoudkundige stelsel zodat controle mogelijk is.
  • Je leeft de principes van goed bestuur na (zoals o.m. beschreven in de Code Cultural Governance)
  • Je past de principes en de regels van de democratie en het Europees Verdrag inzake de Rechten van de Mens toe in je werking.
  • Je voldoet aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden.

Opgelet! Indien je organisatie deze verplichtingen niet nakomt, kan de subsidie worden stopgezet, verminderd of teruggevorderd. Dat verloopt via een procedure voor sanctionering. Daarnaast dien je ook rekening te houden met de regels voor reservevorming.

Verhaal of repliek

By | 2020

De beoordelingscommissie maakt per sociaal-culturele volwassenenorganisatie een gemotiveerd preadvies op. Dit preadvies wordt uiterlijk op 15 april van het jaar dat voorafgaat aan de nieuwe beleidsperiode, bezorgd aan de sociaal-culturele volwassenenorganisatie.

In het preadvies aan organisaties die de voorbije beleidsperiode al gesubsidieerd werden vanuit dit decreet of het decreet van 4 april 2003, wordt eveneens een indicatie van de evolutie van de subsidie-enveloppe voor de nieuwe beleidsperiode geadviseerd. In het preadvies aan nieuwe organisaties wordt geadviseerd inzake de al dan niet toekenning van een subsidie-enveloppe.

De aanvrager van een subsidie kan binnen een termijn van 14 dagen een schriftelijke reactie bezorgen aan de administratie. De schriftelijke reactie is gebaseerd op het oorspronkelijk ingediende dossier. Deze schriftelijke reactie kan geen nieuwe inhoudelijke of zakelijke elementen bevatten. Tussen 30 april en 15 juli overleggen de commissies over de reacties en formuleren ze een definitief advies.  Ze baseren zich daarvoor op:

  • het preadvies;
  • de schriftelijke reactie;
  • het definitief voorstel voor de subsidie-enveloppe;
  • de oorspronkelijke subsidieaanvraag in geval van een negatief preadvies.

Een schriftelijke reactie op het positief preadvies van de beoordelingscommissie kan enkel betrekking hebben op feitelijke onjuistheden. Een schriftelijke reactie op een positief preadvies wordt voorgelegd aan dezelfde beoordelingscommissie, uitgebreid met één bijkomend lid. Alle externe deskundigen nemen ter voorbereiding de reacties door. Het bijkomend lid neemt zowel de subsidieaanvraag, het positief preadvies als de de schriftelijke reactie op het positief preadvies door. Na overleg formuleert de commissie een definitieve beoordeling die in het definitieve verslag wordt opgenomen.

Bij een schriftelijke reactie op het negatief preadvies wordt de subsidieaanvraag, het preadvies en de schriftelijke reactie op het preadvies voor definitief advies voorgelegd aan een andere beoordelingscommissie dan degene die de subsidieaanvraag oorspronkelijk behandelde. Drie externe deskundigen worden als hoofdlezer aangeduid. Ze maken een voorbereiding in KIOSK.De overige leden bereiden de peer review voor. Per beoordelingscriterium komt men tot een gezamenlijk en gemotiveerd eindresultaat. De eindresultaten per beoordelingselement bepalen het advies dat in het definitief verslag wordt opgenomen.

 

De administratie en de voorzitters van de beoordelingscommissies formuleren per organisatie een voorstel van subsidie-enveloppe. Ze houden daarbij rekening met de indicatie van de evolutie van de subsidie-enveloppe zoals aangegeven in het preadvies en de totale subsidie-enveloppe. Het voorstel van subsidie-enveloppe wordt besproken met de beoordelingscommissies. Met het oog op het definitieve advies formuleren de administratie en de voorzitters een definitief voorstel per organisatie.

De administratie bezorgt het definitieve advies van de beoordelingscommissies uiterlijk op 15 juli van het jaar dat voorafgaat aan de nieuwe beleidsperiode, aan de subsidieaanvrager en de minister.

Ex-provinciale middelen

By | 2020

Sinds 2014 wordt 90% van de middelen die de sociaal-culturele organisaties eerder van de provincies kregen, toegevoegd aan hun enveloppe. Dit worden de middelen “interne staatshervorming” genoemd. Vanaf de nieuwe beleidsperiode maken ze deel uit van de sociaal-culturele enveloppe van organisaties: een globale enveloppe die via de beoordeling dus kan stijgen, status quo blijven, dalen of stopgezet worden.

De regering kan vanaf 2017 nog beslissen om de middelen te herverdelen vanaf twee jaar na de beslissing, zo zegt het decreet.

Ex-DAC-middelen

By | 2020

Voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk bestaat er sinds 2010 een herverdelingssysteem van de zogenaamde ex-DAC-middelen. Dit wordt op 1 januari 2021 stopgezet. Vanaf dan maken de ex-DAC-middelen mee deel uit van de sociaal-culturele enveloppe van de organisaties: een globale enveloppe die via de beoordeling dus kan stijgen, status quo blijven, dalen of stopgezet worden. Tot dan wordt tussen 2018 en 2020 het herverdelingsritme opgedreven. Het principe is tot nu toe dat als een organisatie nog ex-DAC-middelen zou moeten afgeven en een beschermde titularis uit dienst ziet gaan, de middelen pas vanaf de start van een volgende beleidsperiode moeten worden afgegeven. Vanaf 2018 verdwijnen de middelen van de titularis die uit dienst is. Deze vrijgekomen middelen gaan dan naar een organisatie die, volgens het vastgelegde herverdelingssyteem, nog bijkomende rechten heeft.

Binnen de sector van het lokaal cultuurbeleid zijn er ook zogenaamde ex-DAC’ers. Van zodra hier een titularis uit dienst is, gaan de vrijgekomen middelen naar de projectregeling voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk.

Ex-GESCO-middelen

By | 2020

Sinds 1 januari 2016 zijn de gesco’s geregulariseerd. De middelen worden sindsdien jaarlijks toegevoegd aan de enveloppes van de organisaties die gesco’s te werk stelden. Vanaf de nieuwe beleidsperiode maken ze mee deel uit van hun sociaal-culturele enveloppe. Een globale enveloppe die via de beoordeling kan stijgen, status quo blijven, dalen of stopgezet kan worden.

Beoordelingscriteria

By | 2020, 2025

Criteria voor de beoordeling van het subsidiedossier

1. De bijdrage van de missie en de visie van de sociaal-culturele organisatie tot het doel van het decreet
  • De organisatie heeft een duidelijke en geëxpliciteerde missie en visie.
  • De organisatie expliciteert haar ambities om bij te dragen aan de emancipatie van mensen en groepen, en aan de versterking van een democratische, duurzame, inclusieve en solidaire samenleving door:
    • aan te geven hoe ze sociaal-culturele participatie van volwassenen bevordert,
    • aan te geven welke samenlevingsvraagstukken ze wil behandelen en tot publieke zaak maakt,
    • aan te geven hoe en welke maatschappelijke praktijken ze zal ontwikkelen en verspreiden die daarop een werkend antwoord bieden.
2. De relatie van de missie en de visie van de sociaal-culturele organisatie tot de actuele maatschappelijke context die ze zelf omschreven heeft.
  • In een maatschappelijke contextanalyse expliciteert welke ontwikkelingen relevant zijn in relatie tot haar missie en visie.
  • De organisatie geeft aan welke maatschappelijke ontwikkelingen ze effectief als uitdaging wil aangrijpen om een werking rond te ontplooien en welke impact ze hierbij nastreeft.
3. De bijdrage van de sociaal-culturele organisatie tot de realisatie van de drie sociaal-culturele rollen.
  • De organisatie expliciteert haar visie op de verbindende rol en hoe ze via haar werking die rol zal waarmaken.
  • De organisatie expliciteert haar visie op de kritische rol en hoe ze via haar werking die rol zal waarmaken.
  • De organisatie expliciteert haar visie op de laboratoriumrol en hoe ze via haar werking die rol zal waarmaken.
4. De strategische en operationele doelstellingen van de sociaal- culturele organisatie.
  • De organisatie heeft een onderbouwd en samenhangend geheel van strategische en operationele doelstellingen die ze wenst te realiseren in de komende beleidsperiode.
  • De organisatie expliciteert de relatie tussen haar eigen doelen en haar missie, visie en de actuele maatschappelijke context die ze zelf omschreven heeft.
5. De verduidelijking van de keuze voor minstens twee sociaal- culturele functies en de uitwerking daarvan in relatie tot de missie en de visie van de sociaal-culturele organisatie
  • De organisatie geeft  aan op welke functies ze wil inzetten en verantwoordt haar keuze.
  • De organisatie heeft een onderbouwde visie op de gekozen functiemix en de onderscheiden functies.
  • De organisatie expliciteert welke werkwijze de organisatie wil hanteren om de gekozen functies te realiseren.

Voor de cultuurfunctie:

  1. De visie op cultuur in relatie tot de missie van de organisatie;
  2. Een verantwoorde toekomstige werkwijze van de organisatie om praktijken op te zetten die er op gericht zijn cultuur te creëren, te bewaren, te delen en er aan deel te nemen.

Voor de leerfunctie:

  1. De visie op leren in relatie tot de missie van de organisatie;
  2. Een verantwoorde toekomstige werkwijze om leeromgevingen op te zetten.

voor de gemeenschapsvormende functie:

  1. De visie op groepen en gemeenschappen en interacties daartussen in relatie tot de missie van de organisatie;
  2. Een verantwoorde toekomstige werkwijze om processen te ondersteunen en te faciliteren die leiden tot het vormen van groepen en gemeenschappen of tot interacties tussen groepen en gemeenschappen;

Voor de maatschappelijke bewegingsfunctie:

  1. De visie op engagement en politisering en op relevante samenlevingsvraagstukken in relatie tot de missie van de organisatie;
  2. Een verantwoorde toekomstige werkwijze om praktijken op te zetten waarin ruimte voor engagement en politisering wordt gecreëerd in relatie tot samenlevingsvraagstukken.
6. De werking met een relevantie en uitstraling voor het Nederlandse taalgebied of de werking met een relevantie en uitstraling voor het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad
  • De organisatie expliciteert waar de werking waarvoor ze een subsidie aanvraagt zich zal afspelen door kerngegevens en cijfers over aanwezigheid, zichtbaarheid, bereik of effect van de al eerder gerealiseerde sociaal-culturele werking aan te reiken.
  • De organisatie staaft dat haar werking een  relevantie en uitstraling in het Nederlandse taalgebied of het Nederlandse taalgebied plus het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad.
7. Een gesubsidieerde werking die zich grotendeels afspeelt binnen de vrije tijd
  • De organisatie toont aan dat de werking waarvoor ze een subsidie aanvraagt zich aantoonbaar en hoofdzakelijk afspeelt binnen de vrije tijd van volwassenen;
  • Het gedeelte van de werking dat zich in voorkomend geval uitzonderlijk buiten de vrije tijd afspeelt omschrijft en verantwoordt de organisatie vanuit de missie en visie.
8. De werking voor het brede publiek en de keuzes daarin op het vlak van gemeenschappen, doelgroepen of kansengroepen of de werking voor kansengroepen en de keuzes daarin voor gemeenschappen, doelgroepen of het brede publiek.
  • De organisatie expliciteert haar werking voor het brede publiek en welke keuzes ze daarin maakt naar doelgroepen, gemeenschappen of kansengroepen of de organisatie expliciteert haar werking voor (een of meer) specifieke kansengroepen en welke keuzes ze daarin maakt op het vlak van doelgroepen, gemeenschappen of het brede publiek.
  • Binnen de gemaakte keuzes expliciteert en verantwoordt de organisatie haar toekomstige beleid en aanpak om sociaal-culturele participatie van iedereen na te streven of de organisatie expliciteert en verantwoordt haar toekomstige beleid en aanpak die ze wil hanteren om sociaal-culturele participatie van die kansengroepen te realiseren.
9. De plaats van vrijwilligers in de organisatie en de manier waarop ze betrokken en ondersteund worden.
  • De organisatie geeft aan welke rollen en taken vrijwilligers opnemen in de organisatie of werking.
  • De organisatie expliciteert haar toekomstige ondersteuningsbeleid ten aanzien van vrijwilligers en hoe ze betrokkenheid, inspraak en participatie van vrijwilligers in de organisatie vorm wil geven.
1. Een geïntegreerd zakelijk kwaliteits- en financieel meerjarenbeleid
  • De organisatie expliciteert hoe ze professioneel beleid zal voeren.
  • De organisatie expliciteert hoe ze een integraal kwaliteitsbeleid zal voeren.
  • De organisatie expliciteert een onderbouwd en realistisch financieel meerjarenbeleid.
2. De toepassing van principes van goed bestuur
  • De organisatie geeft aan hoe ze transparantie en verantwoording van en in haar bestuur zal organiseren.
  • De organisatie expliciteert vanuit haar missie en doelen de samenstelling van de bestuursorganen en hun rol- en bevoegdheidsverdeling.
  • Het bestuur geeft aan hoe ze interne en externe stakeholders betrokken heeft bij strategische beslissingen die genomen zijn in het kader van het ingediende beleidsplan.
3. De afstemming tussen het inhoudelijke en zakelijke deel van het beleidsplan
  • De organisatie verantwoordt hoe ze haar financiën, mensen en middelen zal inzetten ter realisatie van de strategische en operationele doelstellingen.

Een beoordelingselement scoren

De beoordeling van elk afzonderlijk beoordelingselement wordt gevormd door het scoren van onderliggende beoordelingscriteria.

  • Een beoordelingselement krijgt het oordeel “voldoet” als op alle onderliggende criteria ”voldoende” is gescoord.
  • Een beoordelingselement krijgt het oordeel ‘voldoet ten dele’ als op minstens één van de onderliggende criteria voor dat beoordelingselement ‘voldoet ten dele’ is gescoord.
  • Een beoordelingselement krijgt het oordeel ‘onvoldoende’ als op minstens één van onderliggende criteria voor dat beoordelingselement ‘onvoldoende’” is gescoord.

Elementaire beoordelingselementen

By | 2020, 2023, 2025

De evaluatie van de vier elementaire beoordelingselementen tijdens de visitatie in 2023 speelt een belangrijke rol voor de beoordelingscommissie in 2025.

Indien je op één van deze vier beoordelingselementen in 2023 “voldoet ten dele” of “onvoldoende” zou gescoord hebben, dan worden deze opnieuw alle vier beoordeeld in 2025.

Scoorde je tijdens de visitatie in 2023 op alle vier “voldoet”, dan worden deze niet meer beoordeeld in 2025.

Deze elementaire beoordelingselementen zijn:

  • Werking in de vrije tijd
  • Keuze van de functiemix
  • Relevantie en uitstraling van de werking
  • Geïntegreerd zakelijk kwaliteitsbeleid

Beoordelingselementen

By | 2020
  1. De bijdrage van de missie en de visie van de sociaal-culturele organisatie aan het doel van het decreet;
  2. De relatie van de missie en de visie van de sociaal-culturele organisatie tot  actuele maatschappelijke context die ze zelf omschreven heeft;
  3. De bijdrage van de sociaal-culturele organisatie tot de realisatie van de drie sociaal-culturele rollen (de verbindende rol, de kritische rol en de laboratoriumrol);
  4. De strategische en operationele doelstellingen van de sociaal-culturele organisatie;
  5. De verduidelijking van de keuze voor minstens twee sociaal-culturele functies en de uitwerking daarvan in relatie tot de missie en de visie van de sociaal-culturele organisatie;
  6. De werking met een relevantie en uitstraling voor het Nederlandse taalgebied of de werking met een relevantie en uitstraling voor het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
  7. ​ Een gesubsidieerde werking die zich grotendeels afspeelt binnen de vrije tijd.
  8. De werking voor het brede publiek en de keuzes daarin op het vlak van gemeenschappen, doelgroepen of kansengroepen of de werking voor kansengroepen en de keuzes daarin voor gemeenschappen, doelgroepen of het brede publiek;
  9. De plaats van vrijwilligers in de organisatie en de manier waarop ze betrokken en ondersteund worden .

1. Een geïntegreerd zakelijk kwaliteitsbeleid;
2. De toepassing van principes van goed bestuur;
3. De afstemming tussen het inhoudelijke en zakelijke luik van het beleidsplan.

Beoordelingscommissie

By | 2020

De minister benoemt een pool van externe deskundigen voor de samenstelling van visitatie- en beoordelingscommissies. Net als in de adviescommissie behoort maximaal 2/3 van de leden tot hetzelfde geslacht. Zowel in de visitatie- als in de beoordelingscommissie zetelen externe deskundigen met kennis van en expertise in het sociaal-cultureel volwassenenwerk of belendende sectoren, het werken met doelgroepen of kansengroepen of het zakelijke beleid van een organisatie. Op basis van deze pool wordt in samenwerking met de sectorfederatie en het steunpunt een lijst van kandidaat-externe deskundigen opgesteld. De minister behoudt het laatste woord over de definitieve samenstelling van de lijst. Artikel 11 van het Uitvoeringsbesluit bevat de onverenigbaarheden met het lidmaatschap van de pool externe deskundigen en de commissies.

Als de minister het nodig acht nieuwe externe deskundigen te benoemen, worden de namen gepubliceerd op de website van van het Departement. Je krijgt 14 dagen de tijd om bepaalde personen te wraken op basis van een grondige motivatie. De administratie beslist of de wraking gegrond is of niet. 

De beoordelingscommissie is een samenvoeging van 2 visitatiecommissies en een voorzitter, die niet stemgerechtigd is en door de administratie wordt aangeduid uit de pool. Zij behandelen dus de subsidieaanvragen van de organisaties die door de de betreffende visitatiecommissies werden geëvalueerd. De administratie, die wel vertegenwoordigd is in de visitatiecommissie, maakt zelf geen deel uit van de beoordelingscommissie. In elke beoordelingscommissie zetelen externe deskundigen met inhoudelijk en met zakelijke expertise en met expertise op het vlak van werken met doelgroepen en kansengroepen.

De beoordelingscommissie zal de werking en de plannen van een twintigtal sociaal-culturele organisaties beoordelen. 

Voor de verdeling van de dossiers over de visitatie- en beoordelingscommissies, zal rekening worden gehouden met de grootte van de subsidie van de organisaties.